|
SCHOONMAKEN
EN STALLEN:
=================================================================================
Schoonmaken:
Het regelmatig uitgebreid schoonmaken van de
scooter,
zorgt er niet alleen voor dat hij er goed
uit blijft zien,
maar ook verhoogt tevens het rendement,
terwijl het tegelijkertijd de levensduur van
veel componenten verlengd.
1. Voor het schoonmaken;
a. Dek het uiteinde van de uitlaatpijp
af, zodat er geen water in kan komen
[plastic tas en een elastiekje]
b. Controleer of de bougie en alle
vuldoppen goed bevestigd zijn.
2. Als het carter erg vet is, gebruik
dan een ontvettingsmiddel en een borstel.
Gebruik geen ontvettingsmiddel voor de
wielassen.
3. Verwijder het vuil en
ontvettingsmiddel met een waterspuit. Regel
de druk zo, dat de aanslagresten verdwijnen.
Gebruik geen te hoge waterdruk.
Let op :
een te hoge
waterdruk kan er de oorzaak van zijn dat er
water bij de wiellagers, voorvork, remmen en
de pakking van de transmissie kan komen.
Veel dure reparaties zijn het gevolg van te
hoge druk, zoals in wasstraten toegepast
worden.
4. Wanneer eenmaal het vuil grotendeels
verdwenen is, alle oppervlakken met lauw
water en een zacht schoonmaakmiddel
nawassen.
5. Hierna onmiddellijk de scooter met
schoon water afspoelen en alle oppervlakken
met een zeem, schone handdoek of een
vochtabsorberende doek drogen
6. Het zadel met een speciaal
schoonmaakmiddel voor vinylstoffen
schoonmaken zodat de bekleding soepel en
glanzend blijft.
7. Na het schoonmaken, de motor starten
en een paar minuten stationair laten lopen.
Stallen:
Het stallen van de scooter gedurende een
periode van 60 dagen of langer vraagt om
speciale voorzorgsmaatregelen die uw scooter
beschermen. Na de scooter grondig
schoongemaakt te hebben, dient u
de volgende voorbereidingen te treffen voor
het stallen van de scooter.
1. Alle benzine uit de tank,
benzineslang en vlotterkamer verwijderen.
2. De bougie uit de cilinderkop draaien,
een theelepel olie SAE 10W40 in het gat
gieten en de bougie weer terug in de
cilinder draaien. Een paar keer de
kickstarter intrappen [ zonder dat het
contact aan staat], zodat de olie de
binnenwanden van de cilinder bedekt.
WAARSCHUWING:
Indien u toch
de startmotor gebruikt voor de motor een
paar maal rond te draaien, haal dan de
bougiekabel los en verbind hem met massa,
zodat de bougie niet vonkt.
3. Alle bedieningskabels invetten.
4. Blokken onder het frame plaatsen,
zodat de wielen los van de grond komen te
staan.
5. Een plastic tas rondom het uiteinde
van de uitlaatpijp aanbrengen zodat er geen
vocht bij kan komen.
6. Als de scooter in een vochtige ruimte
of op een plek met zeelucht gestald wordt,
breng dan een laagje olie aan op alle delen.
Rubberen delen en de zadelbekleding niet met
olie insmeren.
7. De accu uit de scooter halen en
opladen. Bewaren op een droge plek en iedere
maand opnieuw bijladen. Bewaar de accu niet
op plaatsen, die te warm of te koud zijn [
boven de 30 graden of onder het vriespunt]
VOER DE
NOODZAKELIJKE REPARATIES UIT
VOORDAT
DE SCOOTER GESTALD WORDT !
|